Nog geen applicaties beoordeeld
Klik op + Applicatie toevoegen om te beginnen, of importeer een applicatielijst via CSV.
Het Digital Autonomy Assessment Framework (DAAF) helpt organisaties om de digitale autonomie van hun applicatielandschap te beoordelen. Het framework meet 22 indicatoren verdeeld over 8 dimensies en 3 analyseniveaus.
Het assessment verloopt in vier stappen:
Niveau 1: Risico-exposure (dimensies A-B). Meet hoe groot het externe risico is. Een lage score (1) betekent weinig risico, een hoge score (5) veel risico.
Niveau 2: Mitigatie-capaciteit (dimensies C-E). Meet hoe goed de organisatie risico's kan beheersen. Een lage score (1) is zwak, een hoge score (5) is sterk.
Niveau 3: Strategisch belang (dimensies F-H). Meet hoe belangrijk de applicatie is. Een lage score (1) is weinig belang, een hoge score (5) is kritiek.
De autonomiescore wordt in vier stappen berekend:
Mitigatie / (Risico x Belang). Bereik: 0,04 (worst case) tot 5,0 (best case).Vuistregels: 7+ = goede positie (groen), 5-7 = acceptabel (oranje), 3-5 = zorgwekkend (donkeroranje), <3 = kritiek (rood).
De autonomiescore is geen maat voor "hoe digitaal autonoom is deze applicatie" maar voor hoe urgent is het autonomieprobleem. De score combineert drie dingen: hoe groot is het risico, hoe goed kun je het beheersen, en hoe belangrijk is de applicatie.
Een hoge score kan twee dingen betekenen: de risico's zijn goed gemitigeerd (sterke contracten, alternatieven beschikbaar, kennis in huis), of de applicatie heeft weinig strategisch belang (en dus is het autonomieprobleem minder urgent). Beide situaties zijn positief vanuit besluitvorming: er is geen acute actie nodig.
Een lage score betekent: er is een combinatie van hoog risico, zwakke mitigatie en/of hoog strategisch belang. Dat vraagt om actie: migreren, mitigeren of bewust accepteren.
Het kwadrant toont applicaties op twee assen: Risico x Belang (horizontaal) en Mitigatie (verticaal). Twee applicaties met dezelfde 1-10 score kunnen op verschillende plekken in het kwadrant staan, waardoor de aanbevolen actie verschilt.
Elke indicator heeft een standaardweging (2 of 3). Via het scherm "Wegingen aanpassen" kun je de wegingen aanpassen (1-5). De weging bepaalt hoeveel invloed een indicator heeft binnen zijn dimensie. Bijvoorbeeld: als je C1 (Alternatief beschikbaar) op weging 5 zet en C2 op weging 1, telt C1 vijf keer zo zwaar mee in de dimensiescore van "Technische weerbaarheid". Aangepaste wegingen worden rood weergegeven. Doe dit alleen in overleg met je organisatie of sector om onderlinge vergelijkbaarheid te behouden.
Bij elke indicator kun je een opmerking plaatsen om je score te onderbouwen. Dit is optioneel maar aangeraden: het maakt je beoordeling transparant en reproduceerbaar. Opmerkingen worden meegenomen bij JSON-export en -import.
Schakel naar "Quick scan" om alleen de 9 kernindicatoren te tonen (1 per dimensie + A3 Hosting). De berekening werkt identiek, maar is gebaseerd op minder datapunten. De score is indicatief; voor een volledige beoordeling gebruik je het volledige assessment.
JSON importeren: Laad eerder geexporteerde assessments weer in. Alle scores, wegingen en metadata blijven behouden.
Applicatielijst (CSV): Importeer een lijst met applicatienamen om snel meerdere applicaties aan te maken. Download eerst het CSV-template als voorbeeld.
Exportformaten:
Alle ingevulde data wordt automatisch opgeslagen in je browser (localStorage). Je kunt dus je browser sluiten en later verdergaan. Exporteer regelmatig een JSON-backup voor zekerheid.